Reisverslag – 2010, Bulgarije/Roemenië (Early Spring, in Dutch)

Reisverslag – 2010, Bulgarije/Roemenië (Early Spring, in Dutch)

Reisverslag 01 – 08 mei 2010 Bulgarije / Roemenië

Voordat onze natuurbelevenissen per dag worden beschreven, is het goed eerst eens iets te vermelden van de gebieden waar we onze 8-daagse trip hebben doorgebracht, als ook onze overnachtingsplek.
Zoals de titel al doet vermoeden maakten we dit jaar een natuur- en vogeltrip langs de Zwarte Zeekust van zowel Bulgarije als Roemenië. Ons verblijfadres, van waaruit we onze dagtrips ondernamen, betrof: Branta Birding Lodge, gelegen aan het Meer van Durankulak. Dit hoogwaardige driesterren appartementencomplex, vormt, zoals we zelf hebben mogen ervaren, een mooie en rustige uitvalsbasis voor vogelaars, natuurfotografen en overige natuurliefhebbers. Het complex en de natuurreisorganisatie Branta-Tours wordt beheerd en geleid door het aimabele echtpaar Tatyana Simeonova en Pavel Simeonov. .

Pavel is een vooraanstaand musicus, die verder gespecialiseerd is in vogels van Bulgarije en omliggende Balkanlanden. Hij fungeert tevens als reisleider van meerdaagse natuurreizen. Ook wij hebben 2 dagen van zijn uitmuntende gebieds- en vogelkennis gebruik mogen maken. De overige dagen hebben wij naar eigen inzicht en avontuurdrang ingevuld.
De Lodge biedt uitstekende mogelijkheden voor dagelijkse observatietrips naar de Bulgaarse en Roemeense lagunes, langs de Zwarte Zeekust, door bloemrijke steppegebieden, natte habitats, oude bossen en bezoekjes aan de Donaudelta.

Twee bezochte gebieden lichten we er voor u uit, te weten het Durankulakmeer en de Donaudelta. Het Durankulakmeer ligt in het uiterste noordoosten van Bulgarije, nabij de grens met Roemenië en wordt door een smalle duinenstrook gescheiden van de Zwarte Zee. Het open water is omringd door grote stroken moeras met rietvelden. Het Durankulakmeer is niet alleen een aanrader op ornithologisch vlak; ook amfibieën en reptielen zijn er rijkelijk vertegenwoordigd. In de winter is het de belangrijkste overwinteringplek voor de bedreigde roodhalsgans.
In Roemenië komen circa 3000 meren voor, waarvan verschillende in het Donaudal en de Donaudelta. De Donau is omzoomd door wilgen en populieren, behalve in de wijde delta, waar uiteenlopende soorten riet wijdverspreid zijn, soms in de vorm van drijvende rieteilanden. De plantengroei in de Donau-delta is zeer divers. Het grote reservaat aan de Zwarte Zee is beroemd vanwege zijn rijke vogelwereld. De Donaudelta vormt namelijk een kruispunt van vijf vogeltrekroutes, waar ruim 300 vogelsoorten gebruik van maken om er op krachten te komen en te fourageren. Het aantal vogels kan in de winter oplopen tot meer dan 2 miljoen.

1 mei (zaterdag);

Om half 7 vertrekken we (Wim, Jan, Johan, Jos, Marietje, Henk en Sylvia) vanuit Twente met een taxibusje naar het vliegveld van Dusseldorf. Van daaruit vliegen we met Air Berlin via Burgas (tussenstop) naar het Bulgaarse Varna, waar we om 15.00 uur (plaatselijke tijd) aankomen. Wim zit in het vliegtuig naast een 90jarige mevrouw die de Kilimanjaro in haar leven al eens heeft beklommen en nu voor een kuur naar Bulgarije afreist. Na allerlei plichtplegingen te hebben vervuld, rijden we verwachtingsvol vanaf het vliegveld met twee volgetankte Skoda Octavia´s richting Durankulak, niet ver van de Roemeense grens. De tocht voert ons dwars door golvende akker- en bloeiende koolzaadvelden met hoogspan-ningsleidingen en kleine dorpjes. Onze eerste indruk van deze grootschalige landbouw-omgeving qua natuur- en vogelbeleving is op de doorgaande wegen aanvankelijk povertjes. Wel zien we geregeld karren met paarden in de berm en er wordt nog met de zeis gemaaid. Het is voortdurend oppassen geblazen om de gaten in het wegdek te ontwijken. Aanvankelijk stuur je van links naar rechts over de weg, maar al snel raak je er aan gewend. Waar we ook aan moeten wennen is om de snelheid bij de dorpjes terug te brengen tot 50. De loeiende koe op de TomTom brengt ons al snel wat snelheidsdiscipline bij. De walky-talky´s aan boord doen eveneens goede diensten. Naast waarnemingen wordt er heel wat onzin de ether in geslingerd. De stemming zit er aardig in. Na een voorspoedige reis komen we aan bij de Branta Birding Lodge aan het meer van Durankulak, waar we zijn ingekwartierd. Daar worden we hartelijk verwelkomd door Tatyana Simeonov en Pavel Simeonov.

Het avondeten bestaat uit karbonade met aardappelen en sla. Het toetje is heel zoet en smaakt naar honing. Deze eerste avond drinken we wat na, maar doen het op verzoek van Tatyana rustig aan. Een Engels echtpaar met een tussenstop op een cruise van de Zwarte zee tussen Varna en Constanta (ten zuiden van de Donau-Delta) is die dag ook gearriveerd. Pavel laat direct al merken wat een geweldige musicus hij is. Wat kan hij piano spelen en zingen! Overweldigend! Hij praat ons tot na twaalven bij over de vogelrijkste natuurgebieden in de buurt en noemt daarbij soorten, waar we onze vingers bij aflikken. Om half een zoeken we onze bedden op. ‘s Nachts wordt Henk door een mug gestoken, die dat vervolgens met de dood moet bekopen.

2 mei (zondag);
Shablameer – Shablacamping – Tjulenovo – Kamen – Balgarevo – Kaliakra
Al vroeg maken de vogels ons wakker. De zon schijnt en de lucht kleurt blauw. Na het ontbijt krijgen we van Tatyana een goed gevulde picknicktas mee om de dag mee door te komen. Op aanwijzing van Pavel brengen we allereerst een bezoek aan het nabijgelegen en bloemrijke Shablameer. Foto 9 Onderweg zien we tot twee maal toe een schaapherder met kudde en hond. Op vogelgebied is er direct al veel te beleven. Naast een leucistische Grauwe gors, zijn dat bij het Shablameer en bij de Shablacamping onder meer:- Hop
– Zomertaling
– Witoogeend
– Duinpieper
– Koekoek
– Woudaapje
– Watersnip
– Witgatje
– Wielewaal
– Purperreiger Kwartel
– Bruine kiekendief
– Ortolaan
– Paapje
– Grauwe klauwier
– Kleine zilverreiger
– Zomertortel
– Roodborsttapuit
– Tafeleend
– Bergeend
– RalreigerAan bloemrijke kruiden zien we hier onder meer:
– Ooievaarsbek
– Vogelmelk
– Vergeet mij niet
– Witte klaproos
– Zomeradonis (kooltje vuur)
– Gewoon biggenkruid
– Zandwolfsmelk
– Blauw druifje
– Steenanjer

Daarna rijden we over een kustweg richting Kavarna. Vlak voor de kust, bij een oude pier wordt even gepicknickt. Even later hebben we zicht op de Zwarte Zee. Oordeel zelf: Hoezo Zwarte Zee? Foto 13 Hier en op de vervolgroute worden onder meer waargenomen:
– Dwergaalscholver
– Kuifaalscholver
– Bonte kraai
– Bonte tapuit
– Kalanderleeuwerik
– Visdiefje
– Scharrelaar
– Kleine plevier
– Kortteenleeuwerik
– Lachstern
– Steltkluut
– Roodkopklauwier
– Alpengierzwaluw
– Vale gierzwaluw
– Europese kanarie
– Spaanse mus
– Roodpootvalk
– Graszanger
– Oeverzwaluw

De picknickplek ligt bij een camping bij Kamen Briag, een vissersdorp met bijna allemaal half afgebouwde en leegstaande huizen. Hier wordt ook onze eerste Wilde Kat (Felis silvestris) gezien. We volgen de weggetjes langs de rotskust met veel lichtblauw gekleurd Frans vlas en wikke, in de kleuren donkerrood en paars. En dan ineens 2 prachtige Scharrelaars, die waarschijnlijk net gearriveerd zijn uit hun overwinteringgebied. Foto 14 Wat een pracht-beesten en ze laten zich nog portretteren ook. Een eindje verderop zitten een Wielewaal en een Klapekster gebroederlijk in een struik. Aansluitend wordt een Hop op een draad waargenomen en laat een Veldleeuwerik zich horen en zien. Langs de kant van de weg en ook op de weg zelf komen verschillende Kalanderleeuweriken los. Foto 15 Ze zijn gemakkelijk herkenbaar aan hun zware bouw en dito snavels. Ook zijn kleinere neefje, de Kortteenleeuwerik, kan al gauw op de snel groeiende lijst worden aangekruist.
Nadat we in de buurt van Kaliakra een 4e leeuweriksoort (Boomleeuwerik) hebben opgespoord, maken we een heerlijke wandeling met zicht op een fraaie rotswand. Erboven scheren 3 soorten gierzwaluwen, waartoe de Alpen- en Vale gierzwaluw. Hier laat ook de eerste Roodpootvalk zich zien. In het riet van het aangrenzende Lagunemeertje zingen de Kleine Karekieten er lustig op los en is ook het onmiskenbare geluid van Woudaapjes.te horen. Geregeld vliegen er Purperreigers op. Citaat van Jos bij al dit vogelgeweld: “Het kwekt en het döt, het zingt en het flöt. De lug hef n’n mooien kleur en FC Twente steet mooi met 1-0 veur!! Uiteindelijk winnen onze Twentse voetbalhelden die dag de landstitel met 2-0! Als echte Tukkers kunnen we het niet laten om voor de details toch maar even contact te leggen met het thuisfront.
In opperbeste stemming zien we dat in het loofbos meerdere Wielewalen het met elkaar aan de stok krijgen. Op de grond gaan een 4-tal Hoppen een stuk vriendelijker met elkaar om. Ook hier zijn weer veel Koekoeken te zien, maar vooral te horen Niet veel later wordt een 2e Wilde Kat gezien en gefotografeerd. Foto 16
Als we weer in de auto zitten werpen we een blik op de fraaie kuststrook bij Kaliakra. Niet veel verder zitten twee Putters in een struik, als ook een roodkopklauwier. Als we de terugweg via een andere route kiezen, worden we opnieuw getrakteerd op de voorjaarszang van de zoveelste Wielewaal. En dat in een zeer bloemrijk steppegebied met veel bloeiende
Affodil. We zijn het dan ook roerend met elkaar eens: “Wat een paradijselijke plek”! Vergeten zijn dan ook de minder goede indrukken van een dag eerder Opvallende bloemen op deze locatie zijn o.a. Stinkende Gouwe, meerdere Wikke-soorten en een soort fijne Holwortel.
Bij terugkeer staat Tatyana ons op te wachten. Deze keer heeft ze een menu klaar gemaakt bestaande uit:
– Groene salade met een slaatje van aardappel/vlees
– Kippenbout en aardappels
– Zoet nagerecht

De heerlijke dag en het kampioensfeest worden die avond extra gevierd. Naast piano speelt Pavel nu ook dwarsfluit en zingen Jos en Pavel samen een duet. We zingen er samen wat af die avond. Taytyana en Pavel weten niet wat hen overkomt . Een zingende vogelwerkgroep hebben ze nog niet eerder te gast gehad en al helemaal niet uit Nederland. Als de glazen nog eens worden gevuld en… gevuld… en gevuld, laat Chris, een natuurfilmer uit Engeland, zich evenmin onbetuigd, wat hij de volgende dag prompt moet bezuren van zijn Aziatische eega.

3 mei (maandag);
Durankulak- Roemenië Vadu – Histria – Lacul Sinoie
Vandaag staat een trip naar het zuidelijkste deel van de Donaudelta in Roemenie op het programma. Johan en Wim zijn extra vroeg uit de veren, want het belooft een mooie dag te worden. Voor het ontbijt leggen zij hun oor te luister bij het Durankulakmeer en “schieten” hun eerste vogelplaatjes. Na het ontbijt volgt een moeilijke start met één van de twee Octavia´s; de rem blokkeert. Pavel springt meteen in de bres en belt met Hertz, de autoverhuurorganisatie. Zo te horen wordt er een fiks Bulgaars gesprek gevoerd. Na veel heen en weer gepraat wordt uiteindelijk geregeld dat er een andere auto wordt gebracht. Het is jammer daarop te wachten. Pavel besluit daarom zijn “Branta Tours busje” in te zetten naar Roemenië. Jos en Marietje, Sylvia en Henk verruilen hierdoor van zitplaats. Het zit niet bepaald comfortabel achterin, maar wat zal het. Bij de grens worden we begroet door een Roemeense Nachtegaal en kopen we een vignet voor op de auto. Vanaf de Roemeense grens voert de route ons 60 km verder naar Constanta, een stad met pakweg 350.000 inwoners. We moeten er dwars doorheen. Pavel ontpopt zich hier als een volwaardige Schumacher en verwisselt voortdurend van rijstrook. Wim moet alle zeilen bijzetten om hem niet kwijt te raken. Niemand in de volgauto weet immers de weg. Het is maar goed dat we bij elk verkeerslicht minstens 2 minuten moeten stoppen. Wat een drukte; wat een auto’s en het is oppassen geblazen met overstekende voetgangers. Als Pavel een dure grote auto ziet met een jonge vent achter het stuur, klinkt het steevast: “maffia”! Hij heeft het duidelijk niet op met gefortuneerde Roemenen. Er zijn hier vele, lange ‘dorpen; lintdorpen van wel 7 km lang! Wim denkt – bij een blik in de verte op het grootste binnenmeer van Roemenië – grote witte vogels te herkennen als pelikanen. Wat een ontluistering als het tamme ganzen en zwanen blijken te zijn. What a joke! Al snel wordt het minder druk en berijden we misschien wel de slechtste autobaan ter wereld. Wat een enorme gaten in het wegdek en wat een gehobbel, zeg! Hier wordt de stuurmanskunst op alle mogelijke manieren op de proef gesteld. Volgens Pavel zitten hier gaten in de weg, waar een vrachtauto in kan verdwijnen!?! Gelukkig buigen we even later af naar Vadu / Histria en kunnen we eindelijk gaan vogelen. Onderweg zien we boven de velden een jagende Bruine- en Grauwe Kiekendief en zijn er meerdere Grauwe Klauwieren te zien. Die beestjes zijn hier absoluut niet schuw. Pavel brengt ons naar een prachtig gebied met een verlaten fabriek met daarachter uitgestrekte vloeivelden, hetgeen na korte tijd een eldorado blijkt te zijn voor veel vogels. Alleen al op deze plek met meertjes, sloten, riet- en slikvelden, zien we zeer uiteenlopende soorten als:
– Krombekstrandloper
– Kleine strandloper
– Strandplevier
– Bontbekplevier
– Temmincks strandloper
– Bosruiter
– Zwarte ruiter
– Groenpootruiter
– Kluut
– Steltkluut
– Kemphaan
– Oeverloper
– Lachstern
– Zwarte stern
– Witvleugelstern
– Witwangstern
– Waterpieper
– Duinpieper
– Roodkeelpieper
– Oeverzwaluw
– Roerdomp
– Purperreiger
– Waterral
– Baardmannetje
– Sprinkhaanzanger
– Veldrietzanger
– Snor
– Krooneend
– Roemeense kwikstaart
– Hop
– Zomertaling

We kijken ons hier de ogen uit, temeer daar we via grote betonnen platen zo’n beetje overal mogen komen. Wat een verschil met hier. Pavel maakt ons attent op de vele Siesels in het gebied. Deze grondeekhoorn vormt een belangrijke voedselbron voor veel roofvogels. De koddige beestjes laten zich eenvoudig fotograferen. Onze aandacht wordt hier ook getrokken door menige Roemeense kwikstaart, een ondersoort van de Gele kwikstaart; oftewel de ondersoort Dombrowski. Met de onafscheidelijke telescoop spoort Jan even later een Kleine vliegenvanger op; hetgeen ook geen verkeerde soort is. Intussen doet Pavel met geluidapparatuur alle mogelijke moeite om ons van dichtbij de mysterieuze Veldrietzanger te laten zien. En dat lukt. We krijgen ‘m prachtig – zij het kort – te zien, waarbij de camera’s onophoudelijk klikken. Daar krijg je nog eens een gelukzalig gevoel van.
Tot het biosfeerreservaat van de Donaudelta behoren ook een aantal ondiepe meren, zoals het met brak water gevulde Istriameer. Het gebied is goed bereikbaar, want er loopt een verharde weg langs en tussendoor. Overal waar je wilt, kun je stoppen. Pavel weet een mooie plek om te picknicken en te vogelen. Hier zien we de eerste groepen Roze pelikanen (met juveniele vogels), maar ook Kemphanen en Kleine strandlopers laten zich mooi aanschouwen. Even later worden ook soorten als Bergeend, Strandplevier, Visdiefje, Vorkstaartplevier en Kleine Plevier ontdekt. Het houdt maar niet op. Ieder geniet op zijn / haar manier. De dames liggen geregeld met hun neus op de grond om te zoeken naar bijzondere brakwaterplantjes. Johan en Wim trekken er in deze vredige omgeving samen op uit om nog wat mooie plaatjes te schieten. Dat lukt boven verwachting, want ze ontdekken langs een toegangsweggetje enkele leuke poeltjes met o.m. Kluut, Steltkluut, Kemphaan, Roodkeelpieper en als klap op de vuurpijl een Poelruiter. Het beestje zit op enkele meters afstand. Da’s nog eens kicken!
Pavel biedt ons die dag een geweldig slotakkoord met een bezoek aan het Lacul Sinoie. Een kilometers lange hobbelige landweg leidt ons naar dit prachtige lagunemeer. Onderweg zien we wederom menige Grauwe Klauwier, maar ook Kortteen- (vliegt als een pieper) en Veldleeuwerik zijn present. In de voorste auto wordt een Vos getraceerd. Het begint al zo gewoon te worden allemaal. Als de auto’s weer aansluiting vinden, vliegt er een prachtig mannetje Roodpootvalk over. Daarvan zien we daarna nog zeker 8 exemplaren. Het is geweldig dat Pavel hier zo goed de weg weet, want hij koerst ons over een dijkweggetje met de late middagzon in de rug naar een geweldige plek. We zien een Ooievaar langs zeilen, maar ook Kleine zilverreigers met hun gele voeten. Geregeld vangen we het hoemp hoemp geluid van een Roerdomp op. Voorzichtig stoppen we bij een baai met op de achtergrond de gele kleur van bloeiend koolzaad. Hier bivakkeren 10-tallen Roze Pelikanen, met daartussen ook één enkele Kroeskoppelikaan. In de buurt zit een Casarca, een Vorkstaartplevier en verder Visdiefjes, Kemphanen, Witwangsternsen Zwartkopmeeuwen.

De apotheose moet dan nog komen. Pavel bereidt de fotografen er vast op voor en laat hen positie innemen. Links en rechts schieten onopgemerkte Roodkeelpiepers weg. En dan komen ze aanvliegen… in verschillende groepjes… ruim 200 stuks Roze Pelikanen, draaiend op de thermiek, dalend tegen de wind in om tenslotte bij hun soortgenoten neer te strijken. En dat alles pal over ons heen. Een schouwspel om nooit meer te vergeten; zeker als een groot aantal daarna nog gezamenlijk gaat vissen. In één woord schitterend. Het is donker als we eindelijk weer terug zijn bij ons verblijfadres. een geweldige dag!

4 mei (dinsdag)Durankulakmeer – Granichar – Bezanovo – Hagieni (Roemenië) ;
Ondanks de lange nazit zijn Johan en Wim opnieuw vroeg uit de veren. Samen rijden ze de ochtendmist aan flarden en nemen gelijktijdig met de camera’s een kijkje in het achterland van Durankulak. Er worden dichtbegroeide landweggetjes bereden, waarbij de Octavia mooi schoon wordt gepoetst (aan de onderkant wel te verstaan). Tjonge wat zit ook hier weer een regiment Kalander- en Kortteenleeuweriken. Ook de Grauwe Klauwier is overal paraat. Zelfs een Roodkopklauwier wordt gespot. Net als we het idee hebben dat we een beetje te ver uit de koers zijn gedwaald, komen er 2 Patrijzen los, die zo stom zijn om bijna een kilometer voor de auto uit te lopen / rennen in plaats van weg te vliegen. Even later ontdekken we een Roodpootvalk op het draad. Daarna wordt de terugweg aanvaard, waarbij voor het eerst ook het dorpje Durankulak wordt aangedaan. Net als de rest zich zorgen maakt over de wegblijvers, rijden we de inmiddels bekende parkeerplaats op, zodat we als groep samen kunnen ontbijten.
Ook deze dag hebben we Pavel ingehuurd om als natuurgids met ons mee te gaan. Hij gaat als co-pilot mee met Wim achter het stuur en Johan en Jan achterin. Voortdurend klinkt het: “Go, go go” en “Stop, stop, stop” als er weer iets ontdekt wordt. Wim trekt zich van dat drukke gedoe niet veel aan aan en doet het duidelijk wat rustiger aan dan onze “Schumacher” van een dag eerder. De andere vier geven de nieuwe auto, een rode Seat Ibiza, de vuurdoop. Pavel loodst ons eerst naar het noordelijk deel van het Durankulakmeer. Bij het strand aan de Zwarte Zee is de eerste stop. We zien al snel een pracht van een Ralreiger, gevolgd door een evenzo fraaie opvliegende Purperreiger. Onze begeleider doet wederom veel moeite om een nieuwe Veldrietzanger te spotten. De Engelse benaming “Paddyfield warbler” zal ons altijd, als Bulgarije ter sprake komt, bijblijven. We horen wel de zachte zang van deze bijzondere rietzangersoort en zien zo nu en dan de rietstengels bewegen, maar dat is het dan ook. Zijn grotere neef, de Grote Karekiet, is echter veel nadrukkelijker aanwezig. Opwinding ontstaat als er plotseling 10 Kwakken overvliegen, terwijl op de achtergrond een Koekoek roept. Overal vliegen verder onvolwassen Geelpootmeeuwen rond.

De eerstvolgende stop bij het meer ligt een kilometertje verder. Daar hebben we gerede kans op de Poelsnip. We moeten wel eerst door een modderig stuk met wat poeltjes en veel riet. De gewenste soort wordt helaas niet aangetroffen. Daarvoor in de plaats zien we op het draad wel een Aziatische Roodborsttapuit; zelfs Pavel wordt daar enthousiast van. Ook scharrelt er een groepje Balkankwikken door het gras en doet een paartje Baardmannetjes hetzelfde, maar dan in het riet. In het water geeft een tweetal Knobbelzwanen acte de presence en duikt er een Europese Moerasschildpad onder. Die beestjes zijn echt schuw! Een foto maken is er gewoonweg niet bij. Niet veel later vliegen er zelfs 14 Kwakken boven onze hoofden, temidden van een waar kikkerconcert. Heel bijzonder is de enorme Aalscholverkolonie op deze locatie in een zestal in- en inwitte (dode) bomen. Het doet een beetje surrealistisch aan.
Aansluitend rijden we van Durankulak naar Granichar waar we volgens Pavel in het dorp mogelijk een Syrische bonte specht te zien krijgen. Acht paar ogen speuren de bomen af, doch deze voor ons nieuwe soort is in geen velden of wegen te bekennen. Iets voorbij Granicak weet onze gids een fraaie vallei, hetgeen een heerlijke plek blijkt om samen te picknicken. We testen de fotografische kwaliteiten van onze musicus annex vogelkenner door ons te laten portretteren. Ieder krijgt vervolgens de gelegenheid om al vogelend, fotograferend, vlinderend, wandelend en bloempjes plukkend de omgeving te verkennen. We trekken er anderhalf uur voor uit. Er valt hier veel te beleven en over het mooie voorjaarsweer mogen we al helemaal niet klagen. We zien menige hagedis, diverse vlindersoorten, maar vooral fraaie bloemrijke planten als Beemdooievaarsbek, Paarse Klaver, Kleine maagdenpalm, Witte ganzerik, Liggend Ereprijs met bleekblauwe, opstijgende bloeiende stelen, Zomeradonis (rode bloempjes), Voorjaarsadonis (grote gele bloemen), etc. etc. Ieder geniet met volle teugen.
Omdat we niet ver van de Lodge af zijn, besluiten we daar eerst een versnapering te nemen, waarna we na deze korte pauze op aanraden van Pavel een bezoek brengen aan het Hagieni Forest, net over de Roemeense grens. Hier zijn nog delen van het oerbos aanwezig. Onderweg stoppen we in een vallei-achtige omgeving, wat ontstaan is omdat er jaren geleden water is onttrokken aan het gebied. Hier komt de griel voor, maar ondanks het vele speurwerk kunnen we deze meester in camouflagetechniek niet vinden. Wel stuiten we op 2 schaapskuddes (met geiten) en 4 herders. Twee van hen slapen midden overdag in kleding op de grond. Dat levert een bijzonder plaatje op. Wat een armoede hier en wat een lastige weggetjes om te berijden. De tijd heeft hier werkelijk stil gestaan. Pavel weet gelukkig overal de weg. We komen in een Roemeens dorpje, waar men kennelijk nog leeft van één koe, één varken, wat kippetjes en wat zelf verbouwde groentes. Geld voor een grafsteen heeft men niet, laat staan een auto. Alles gebeurt hier nog met paard dan wel ezel en wagen. Uit het veld opgeraapte keien markeren de plekken waar men hun dierbaren heeft begraven. Kinderen zijn enthousiast als ze ons zien. Er gaat een wereld voor ze open als Sylvia ze een blik gunt door de verrekijker. Verderop zien we een kalf en een ezel in een ruine-achtige omgeving grazen. Pavel denkt dat deze mensen misschien wel gelukkiger zijn dan wij met al onze luxe. Hij kan nog wel eens gelijk hebben ook.
Na het nodige oponthoud, waarbij meerdere Ortolanen kunnen worden genoteerd, komen we aan in het bewuste oerbos. Uit onszelf hadden we de ingang waarschijnlijk nooit gevonden. Het woud heeft vele open plekken en we raken verwonderd over de vele prachtige mooie bloemen in bloei en de vele vogels die hun voorjaarszang uitbundig ten gehore brengen. In no time noteren we toch niet de minste soorten:
– Koekoek

– Wielewaal

– Sperwergrasmus

– Geelgors

– Nachtegaal

– Geelgors

– Cirlgors

– Appelvink

– Buizerd

– Arendbuizerd

– Balkansperwer

– Grasmus

– Gekraagde roodstaart

– Boompieper

– Braamsluiper

– Grauwe klauwier
Eindelijk kunnen we na het nodige speurwerk ook de Syrische bonte specht aan het lijstje toevoegen. Van afstand is voorts met de telescoop mooi een broedende Arendbuizerd op het nest te zien. Terwijl het merendeel van het gezelschap van dichtbij de flink uit de kluiten gewassen oerbomen bekijken, krijgt Wim allerlei opdrachten van de dames om maar zo veel mogelijk bloeiende planten op de gevoelige plaat vast te leggen. Hij is er maar druk mee. Opnames worden gemaakt van onder meer: Maagdenpalm, Zomeradonis (rood), Witte ganzerik, Witte centaurie, Knikkende salie, Witte Salie, Witte Klaproos, Pioenroos en 3 verschillende soorten Orchideen. Als we het bos willen verlaten ligt er tot ieders verrassing een Reuzensmaragdhagedis op een boomtak te zonnen. De heren fotografen kunnen er maar geen genoeg van krijgen, temeer daar het weinig schuwe beestje zich in alle standen laat vereeuwigen!

Op de terugweg splitsen we ons op. Bij een plasje langs de kant van de weg zien de HH Fanatici, waartoe ook onze natuurgids, soorten als Ortolaan, Turkse tortel, Spaanse Mus, Balkankwikstaart, Kneu, Spreeuw, Kool- en Pimpelmees etc hun dorst lessen. Tja en dan komen steevast de telelenzen tevoorschijn. De Seat rijdt door naar het thuisfront. Ook zij zijn wat dorstig geworden. Het viertal achterblijvers besluit vervolgens nog eens te gaan kijken waar de griel wordt vermoed. Ook is dit volgens Pavel de plek waar met zekerheid izabeltapuiten te verwachten zijn. Het is inmiddels al in de late namiddag en het licht wordt duidelijk minder. Aanvankelijk zien we her en der alleen gewone Tapuiten. Ook vangen we op de achtergrond het karakteristieke geluid op van een “kwikmedittende” Kwartel. En dan ontdekken we eindelijk onze eerste Griel. Heel behoedzaam verplaatst deze mysterieuze soort zich door het lage gras. Deze vogels met hun grote ogen zijn vooral in de schemering en’s nachts actief. Intussen heeft Pavel ook een paartje Izabeltapuiten ontdekt. Hij loopt een eindje het veld in om er een plaatje van te maken. Dat had hij beter niet kunnen doen, want plots wordt hij achterna gezeten door 3 grote – woest blaffende – honden. En dat juist op een moment dat één van de Izabeltapuiten bij ons in de buurt is gaan zitten. Gealarmeerd door het woedende geblaf zien we Pavel op ons afrennen. De honden zijn dicht in de buurt en lijken hem te willen aanvallen. Hij stopt, gaat op de hurken zitten en probeert de dieren met zijn apparatuur van zich af te houden. Bij het zien van dit alles schieten we onmiddellijk te hulp. De honden aarzelen bij de nadering van versterking en kiezen daarna “het hazenpad”. Gelukkig loopt alles met een sisser af. Pavel heeft de schrik duidelijk in de benen. Hij heeft bovendien geen goed woord over voor de Roemeense herders, die dergelijke gevaarlijke honden zo vrij laten rondlopen. Jammer dat de mooie dag op deze manier nog een dipje te verwerken krijgt. De nare smaak spoelen we bij terugkeer weg met een gezamenlijk aperitiefje. Onze maaltijd bestaat daarna uit groentesoep, rijst met lamsvlees, salade en zoete koek en soesjes na. Het smaakt wederom voortreffelijk! Met dank aan onze gastvrouw.
5 mei (woensdag);
Shablameer – Kamen Briag – Yailata – Balcik – Albena
Pavel vergezelt ons vandaag slechts de eerste uren. Hij heeft deze dag veel te regelen in verband met de voorbereiding van een buitenlandse reis. Hij weet een andere toegang tot het Shablameer en brengt ons naar een deel waar we nog niet zijn geweest. Meteen al hebben we twee nieuwe soorten te pakken. Een wijfje Citroenkwikstaart scharrelt langs de waterkant en laat zich mooi van dichtbij zien en vereeuwigen. Ook vliegen er 5 Zwarte Ibissen op.

Dat is nog eens een hoopvol begin van de dag. Er worden op deze plek opnieuw leuke soorten waargenomen, als:
– Purperreiger (op nest)

– Kleine zilverreiger

– Knobbelzwaan

– Dodaars

– Witoogeend

– Zwarte ibis

– Zomertaling

– Bergeend

– Bosruiter

– Poelruiter

– Witgatje

– Kemphaan

– Balkankwikstaart,

– Citroenkwikstaart

– Paapje

– Scharrelaar

– Bijeneter

– Kleine Klapekster

– Roodkeelpieper

– Duinpieper

– Nachtegaal

– Grauwe vliegenvanger

– Roodpootvalk

– Hop
Bij de Shablacamping zetten we de auto’s aan de kant. Vlakbij de Zwarte Zee is het met veel bos en water in de buurt goed vogelen. Putter, Groenling, Spaanse Mus, Boomklever, Syrische Bonte Specht, Kleine Bonte Specht, Bonte Vliegenvanger, Witte Kwikstaart, Zwarte Roodstaart en Wielewaal worden al snel gespot. Een mannetje van laatstgenoemde soort liet zich eindelijk eens verschalken. Op zee speuren we nog even naar parelduikers en bruinvissen, maar die laten zich helaas niet zien. Wel vliegen er links en rechts Baltische Mantelmeeuwen langs de Zwarte Zeekust.Vanaf de camping gaat het vervolgens naar Kamen Briag en daarna naar Yailata. Onderweg zien we van alles, want we rijden pal langs de migratieroute van veel vogels. Het aantal Grauwe Gorzen en Grauwe Klauwieren is al lang niet meer te tellen, evenals de vele Kalanderleeuweriken. Geregeld komen we ook Grasmussen tegen en zo hier en daar zit ook een Kleine Klapekster. Menige vogelsoort is nog op trek. Yailata hebben we zondag reeds gezien. Het is een vallei langs de kust met fraaie rotspartijen. Het is met recht een supermooi paradijsje. Voor de roze spreeuw is het hier nog net iets te vroeg. Deze attractieve soort gaat dan ook helaas aan onze neus voorbij.
Van Kavarna gaan we “binnendoor” richting Balcik, Even later wordt ons een prachtig uitzicht op de Zwarte zee gegund! Pavel heeft ons op de kaart een kalkrotsplateau aangewezen waar we volgens hem, met héééééél veel geluk een Finch tapuit zouden kunnen aantreffen. Deze soort schijnt in dit deel van Bulgarije erg zeldzaam te zijn. Net als we de voertuigen hebben geparkeerd en aan de picknick willen beginnen, is het Henk (wie anders), die de vogelaars onder ons wederom een adrenalinestoot bezorgt. Op amper 40 meter zit er een. De witte mantel en rug is het kenmerk van de Finch tapuit. Met name de witte rug doet ‘m verschillen van de Bonte- en de Rouwtapuit. We dopen de Finch Tapuit al snel om tot: Henk Finch tapuit oftewel Henk vindt z’n tapuit! We zien hier even later ook meerdere Bijeneters en even zoveel Wielewalen. Wat een geweldige kleurenpracht. Alle drie soorten lijken zo te zien nog niet erg lang terug. Ook wordt voor de verandering nog een Balkansperwer gespot. Wim is kennelijk zo onder de indruk van al dit vogelgeweld dat hij bij het maken van een macrootje van Gouden Regen achterover kukelt. Foto 45 Het geheel doet nogal vermakelijk aan. Met name de dames in ons gezelschap kunnen zich ook hier weer helemaal uitleven, want er zijn prachtige bloemen te zien, zoals Frans vlas, Purperorchissen, Wolfsmelk, een grote lichtgele Lipbloem (laag op de grond als klein struikje op de kalkrijke rotsgrond). We zien ook :

– Lichtroze Klaver met liggend blad, geen klaverblad dus maar een wikke soort (lichtrood).

– Struikjes Vuurdoorn

– Knikkende Salie

– Citroengele “Ganzeriksoort”, zacht behaarde steel, hard donkergeel, handvormige blaadjes.
Ook het Oranjetipje vliegt hier vrijelijk rond. Dit is wat je noemt schraal grasland op kalkrijke rotsgrond. Het vrouwengilde is helemaal in haar element tussen al die bloemen.
We werpen nog één keer een blik op de White Lagoon waar we net zijn geweest en rijden dan via de hoge kustweg naar Balchik. Hier wordt even gepind omdat we geen Roemeens en Bulgaars geld meer hebben en om te tanken. By the way; Bij Pavel kan gewoon met euro’s betaald worden. Da’s wel net zo handig. Vervolgens koersen we richting Zwarte zee, maar oh wee wat een slechte weg. We zien de juiste afslag over het hoofd. Dus draaien we en denken dan op de goede weg te zijn; die vlak langs de kust loopt. Maar… oei, oei. Van de smalle betonweg blijkt even later een behoorlijk stuk te zijn weggespoeld. Dat wordt dus keren op “de weg”. De dames vinden het doodeng en doen hun ogen erbij dicht. Met aanwijzingen van alle kanten komt uiteindelijk alles goed en kunnen de doemscenario’s weer in de kast. Wat een opluchting!
We vinden uiteindelijk de juiste route naar Albena, waar we onze zinnen hebben gezet op een bezoek aan het moerasbosreservaat. Bezoeken is veel gezegd, want je kunt er niet echt in. Dat gelukt na veel zoekwerk slechts voor een klein deel van het gebied. Voor het overige moeten we er om heen lopen. Al van ver vangen we het onmiskenbare geluid op van de Grijskopspecht, even later gevolgd door de zang van grote karekiet, terwijl ook een koekoek blijk geeft van zijn aanwezigheid. Niet veel later wordt een Witgatje ontdekt en zien we talrijke Huis- en Gierzwaluwen. We volgen een wandelpad (kleiig met supergaten) met links het moerasbos en rechts metershoog riet. We komen op enig moment uit bij de zee waar we ook wat schelpen zoeken voor het thuisfront. Tussen de bedrijven door noteren we natuurlijk ook de wat meer eenvoudige soorten als Fitis, Geelgors,Witte Kwikstaart, Boomkruiper, Kleine Karekiet, Grasmus, Bonte- en Grauwe Vliegenvanger, Putter en Kleine Bonte Specht. Natuurlijk laat ook de Hop zich regelmatig zien en horen. De dag is inmiddels al weer ver gevorderd; tijd dus om “naar huis” te gaan.

6 mei (donderdag)
Deze dag splitsen we ons op. Johan en Wim vertrekken om 6 uur al vroeg in de ochtend naar Roemenië. Beide natuurfotografen nemen zich voor om de Donau-Delta en aangrenzende gebieden te bezoeken. Ze hopen stilletjes om nog meer te zien en vereeuwigd te krijgen van de rijke vogelwereld aldaar. De rest van de groep heeft zich ten doel gesteld om een fikse wandeling te maken rond het gehele Durankulak meer.

Hun bevindingen: Durankulakmeer

We worden door Pavel naar de camping gebracht aan het meer. We lopen aanvankelijk 3 km langs de kust. Marietje en Sylvia vinden hier een aangespoelde dode dolfijn. Het beest heeft helaas door visserspraktijken het leven gelaten. Het dier zit nog verstrengeld in het net. Na een eindje gelopen en gevogeld te hebben is het picknicktime. Wederom wordt er gesmuld van de heerlijke sandwiches, met als extraatje gehaktballetjes met extra brood, een sinaasappel en een fles water. Super! We lopen verder door de valleien en hebben onze blik voortdurend gericht op het water en de rietkragen. Het meest aansprekend is een Grauwe Kiekendief, die vlak voor ons boven de rietkraag begint te jagen. Wat een sierlijke vlucht. Ook ontdekken we 2 Veldrietzangers met in de directe nabijheid een ratelende Snor. Geen alledaags tafereeltje. Al met al krijgen we ook hier weer diverse leuke vogelsoorten te zien en te horen, zoals:

– Veldrietzanger

– Grote karekiet

– Snor

– Rietgors

– Grauwe gors

– Duinpieper

– Grauwe Klauwier

– Kleine Klapekster

– Wielewaal

– Paapje

– Grauwe Kiekendief

– Kwak
Natuurlijk worden er ook vele planten waargenomen: zoals Zomer- en Voorjaarsadonis, als ook diverse Klaver- en Wikkesoorten.. Een schaapherder loopt met zijn kudde in de glooiende dalen. Het is allemaal zo intens, zo puur en zo paradijselijk. Omdat we zo dicht mogelijk langs het meer willen lopen, lukt het ons, ondanks de heerlijke wandeling, niet om ons te orienteren. Goed kaartmateriaal wordt dan toch ontbeerd, ondanks de vele aanwijzingen vooraf. Na al lange tijd gelopen te hebben proberen we “binnendoor” weggetjes door bosgebied. We lopen ons echter keer op keer vast omdat het bos ondoordringbaar wordt en moeten dan noodgedwongen weer terug. Het begint zoetjes aan een echte avontuurlijke wandeltocht te worden. Niemand klaagt echter. Het past helemaal bij deze bijzondere dag. Zo struinen we vele kilometers met telescopen en kijkers om de nek, om onderweg maar zoveel mogelijk bijzondere vogels te spotten en van de omgeving te genieten. Wel beleven we alles veel intenser dan met de auto.
Omdat de tijd voortschrijdt en het al laat begint te worden, wordt Tatyana gaandeweg ongerust. Als het al een beetje begint te schemeren, gaat ze naar ons op zoek. We treffen haar op enkele kilometers van de Lodge. We blijken op de goede weg te zitten. Ze neemt ons mee met de auto en bij aankomst genieten we van een fraaie zonsondergang. Weliswaar met vermoeide voeten, maar uiterst voldaan geven we ons daarna over aan de geneugten des levens. Tussentijds vernemen we telefonisch dat Johan en Wim tegen tienen terug hopen te zijn.

De bevindingen van Johan en Wim: Donaudelta – Roemenië

Vanwege het vroege vertrek kunnen we lekker opschieten. We zijn alras door Constanta heen en rijden via de E-87 naar Babadag en Tulcea. De eerste soort die we te zien krijgen is een Wespendief. Onderweg stoppen we bij een Oeverzwaluwkolonie. Ook vliegen er Bijeneters rond. Pogingen om een aantal vliegende exemplaren te fotograferen pakken niet goed uit. Voor goede lichtomstandigheden is het nog net iets te vroeg. Na ruim 2 uur bereiken we Tulcea, waar we opnieuw even stoppen om de historische begraafplaats aldaar van dichtbij te bekijken. Van daaruit rijden we naar Malcoci, Nufaru, Victoria en Bestepe. Overal op de route zijn ze met de weg bezig. Dat houdt behoorlijk op. Ondertussen vergapen we ons aan de primitieve omstandigheden waarin menige Roemeen heden ten dage nog leeft. Een enkele koe, geit of paard aan de beek of langs de straat; ganzenhoedsters die enkele ganzen een slootje indrijven, zigeunervrouwen met kinderen aan de rokken, krotten en hutten waarin mensen wonen, wroetende varkens in de modder; oude ezelkarretjes met ijzeren wielen; we raken eenvoudigweg niet uitgekeken.
Aanvankelijk maken we wat opnames met de telelens, maar met gebarentaal, door vriendelijk te knikken en de camera´s te laten zien, merken we al snel dat niemand bezwaar maakt om op de kiek te worden gezet. Sterker nog: menigeen poseert trots voor die aardige toeristen. Nochtans blijven we vooral speuren naar vogels. Al snel zien we de eerste Bijeneters, niet veel later gevolgd door menige Scharrelaar. We komen die dag zeker 5 van deze tamelijk zware, maar o zo fraai gekleurde beesten tegen. Aan alles is te merken dat al deze vogels nog maar net terug zijn uit hun overwinteringgebieden. Bij het dorpje Victoria zetten we de auto opnieuw aan de kant. Op de rug van een aangespannen paard zit een Russische kauw, die druk doende is nestmateriaal te verzamelen. Hij is weinig zachtzinnig bezig; we zien ‘m grote plukken uit de deels nog wintervacht trekken. Onze eerstvolgende stop is bij het Lacul Pietrei (meer), niet ver van Mammudia. Al van afstand zien we veel reigers. Als we het terrein oprijden, maken we meteen al weer kennis met diverse siesels. Overal waar kleine heuveltjes zijn, kun je ze aantreffen. Bij het water treffen we al snel Kleine zilverreigers, Purperreigers en… tenminste 7 Ralreigers aan. Sommige exemplaren zijn prachtig op kleur, compleet met blauwzwarte snavels en lange “manen” in de nek. Nog prettiger is het dat ze zich gemakkelijk laten benaderen. Menig exemplaar hebben we dan ook vrij eenvoudig op de gevoelige plaat kunnen vastleggen. Ook Dodaars en Witoogeend kunnen alhier worden genoteerd.
Pas bij Murighiol bereiken we het zuidelijk deel van de Donau Delta, waarvan we overigens maar weinig te zien krijgen. Bij het haventje hebben we zicht op de Bratul St. Gheorghe. Daar treffen we soorten als Visdief, Huiszwaluw, Spaanse mus, Ooievaar, Roek, Bonte Kraai en Tapuit. Veel huisjes hebben hier een rieten dak en de muren zijn versierd met veel houten ornamenten. Op menige plek heeft men een ooievaarspaal geplaatst, welke zo’n beetje allemaal bezet zijn. Spaanse mussen maken in kolonieverband dankbaar gebruik van de kolossale bouwsels om er te gaan nestelen. Vanaf Murighiol lukt het ons aanvankelijk niet om de door Pavel opgegeven gebiedjes bij Dunavatu de Sus en Dunavatu de Jos te vinden. Wegbewijzeringsborden zijn nergens te vinden en ook de tom-tom laat het volledig afweten. We zijn zo’n beetje in niemandsland. Twee tot 3 keer berijden we dezelfde weg en testen daarna alle zijwegen. Hiermee gaat jammer genoeg veel tijd verloren. Gelukkig vinden we uiteindelijk toch nog de juiste weg met daaraan enkele grote vennen, waar je gewoon omheen kunt rijden. In het midden liggen eilandjes waar kolonies Kluten, Steltkluten, Zwartkop- en Kokmeeuwen gebroederlijk naast elkaar tot broeden komen. Verder zien we Regenwulpen, diverse Knobbelzwanen, Geelpootmeeuwen, Krak-, Tafel- en Bergeenden en zelfs nog enkele Geoorde Futen. Ook hier weer zien we ettelijke siesels. De isabeltapuit is er maar blij mee, want deze soort broedt in hun holen.

Na deze oppepper rijden we door naar Zebil, waar ons oog valt op veel Oeverzwlauwen en Witwangsterns, alsmede enkele Roze Pelikanen, een 2-tal Witgatjes en een mannetje Krooneend. Omdat we geld nodig hebben om te kunnen tanken rijden we door naar het nabijgelegen Babadag. Als we het stadje doorkruizen om een bank te vinden, zien we verschillende fraai uitgedoste zigeuners. Kennelijk treft men voorbereidingen voor een uitbundig zigeunerfeest. We maken van de gelegenheid gebruik om twee zigeunermeisjes te portretteren. De beide jongedames poseren gewillig.
Omdat het niet zo wil vlotten met het vogellijstje besluiten we een doorstart te maken naar Vadu, Histria en het Lacul Sinoie waar we enkele dagen eerder zoveel meer soorten hebben gezien. In no-time noteren we hier o.a.:
– Kievit

– Kleine plevier

– Groenpootruiter

– Kleine Strandloper

– Krombekstrandloper

– Grote stern

– Zwarte stern

– Witvleugelstern

– Roerdomp

– Waterral

– Snor

– Sprinkhaanzanger

– Dwergaalscholver

– Grauwe Gans

– Torenvalk

– Braamsluiper

– Roodkeelpieper

– Steenuil
In de verte roept een Raaf , pas de 2e tijdens deze reis. Even later ontdekken we een Withalsvliegenvanger en enkele Zomertalingen . Deze laatste wordt nog net gefotografeerd voordat de duisternis invalt. Onderwijl denkt Wim zonder problemen enkele meters het gebied in te kunnen lopen, omdat een steltkluut van het nest is gegaan. Helaas voor hem is het er erg drassig, zodat de thuisreis met kletsnatte “pootjes” moet worden aanvaard.
Op de terugweg, tijdens het tanken, valt ons oog op een grote nachtvlindersoort. Naderhand wordt duidelijk dat het om een Grote Nachtpauwoog gaat. Logischerwijs wordt dit exemplaar ook voor het nageslacht vastgelegd. Vanwege de goede zorgen van onze gastvrouw verrassen we haar bij terugkeer met een bloemetje. hetgeen in dank wordt aanvaard.

7 mei (vrijdag);
Kavarna – Balgarevo -Sveti Nikola – Kamen Bryag – Shablameer
De voorlaatste dag breekt aan. We hebben ons voorgenomen om het vandaag een beetje rustig aan te doen en vooral niet te ver uit de buurt te gaan. Omdat het overal vol staat met bloeiende seringen, worden daar de eerste foto’s aan gewijd. We rijden allereerst via Kavarna naar Balgarevo. In de loop van de week hebben we al gezien dat er tot aan de Zwarte Zee enkele fraaie steppegebieden zijn gelegen met aan het eind steile kliffen. Op goed geluk pakken we Foto één van de toegangswegen. Het landweggetje kronkelt dwars door de steppe. Wat een bloemenpracht; ook hier weer. We ´ontmoeten´ al snel bijzondere vogelsoorten als Duinpieper, Kalanderleeuwerik, Isabeltapuit en als klap op de vuurpijl een Griel !
Met de telescoop zien we in de verte op een vuilstortplaats diverse mensen lopen, die nog iets van hun gading proberen te vinden. Een zigeunerfamilie met ezel en wagen kruist dwars door de steppe ons pad. Ze zwaaien vriendelijk naar ons en hebben pret voor tien.
We stoppen bij de kliffen en kijken uit over de Zwarte Zee. Wat een mooi uitzicht is dat hier, vooral met de vele bloemen op de voorgrond. Dan stuiten we opeens – zonder dat er ook maar enig bordje of hekwerk staat – op twee archeologische afgravingingen met enkele grote aardewerken kannen. Het doet een beetje denken aan de tijd der piraterij, waarbij schatten werden begraven. Jan onderwerpt de kannen aan een nauwkeurige inspectie. Het is hier heerlijk toeven, temidden van bloeiende Affodil en zoveel meer bloeiende planten. Bij zoveel bloemen behoort natuurlijk ook een rijk insectenleven. Er fladderen verschillende vlinders rond, als Bruin Blauwtje, Boomblauwtje, Bremvlinder, Distelvlinder en één van de fraaiste vlindersoorten; de Koninginnepage.
De volgende plek aan de kust is een vervallen gebouw, wat verlaten lijkt, maar toch ook weer half opgeknapt lijkt. Op deze locatie zien we meerdere Roodstuitzwaluwen, die hier hun nest hebben. Iets verderop zit een Bonte tapuit te zingen op een paaltje. We realiseren ons op dat moment niet eens dat dit een van de zeldzaamste vogelsoorten in Europa is. Even later struikelen we hier bijna over een Moorse Landschildpad. Ook deze soort ontkomt er niet aan om voor het nageslacht vastgelegd te worden.
In een naburig steppebosgebied zetten we opnieuw de auto aan de kant. Op de draden zitten 2 Boomleeuweriken tegen elkaar aan te zingen, iets verderop vliegt een Wielewaal heen en weer en eindelijk wordt ook onze 2e Withalsvliegenvanger ontdekt. Overal hoor je nu Grasmussen en ook Grauwe Vliegenvangers laten zich geregeld zien. Het rinkelende belletje van de Grauwe Gors begint bijkans te vervelen, zoveel zitten er overal. Ook het aantal Grauwe Klauwieren tijdens deze voorjaarsvakantie is al lang niet meer te tellen. De dames sporen Blauw Parelzaad (heel bijzonder) op en Kuifvleugeltjesbloem.
In de vallei bij Kaliakra en de Zwarte Zee maken de wandelaars onder ons nog even van de gelegenheid gebruik om uitvoerig de benen te strekken. Ook hier zijn weer meerdere Wielewalen en Koekoeken actief. Volgens Pavel zou hier een oehoe huizen, maar helaas hebben we deze soort niet mogen begroeten. Het viertal wandelt het hele plateau op de rotsen over. Daar stond een gedenkteken in een ware bloemenzee op kurkdroge grond. Jos en Marietje – de beide echtelieden – misstaan geenszins tussen de bloeiende Affodil.
Omdat we zoveel goede herinneringen hebben aan het Shablameer spreken de wandelaars en de vogelaars af elkaar daar aan het eind van de middag nog één keer te treffen. Deze keer zit er een Ooievaar en hebben 10-tallen Paapjes bezit genomen van het gebied. Ook de leucistische Grauwe Gors zit er nog steeds. Moedertje natuur biedt ons hier nog een andere kleurmutatie aan. Tussen een 30-tal Spaanse Mussen wordt een exemplaar ontdekt met lichte in plaats van donkere vleugels. Deze mutatie kan weliswaar niet worden vereeuwigd, maar een foeragerende soortgenoot wel. In de buurt ontdekken we Tapuit, Duinpieper en Balkankwikstaart. In het water zitten Zomertalingen, Witoogeenden en Purperreigers en de nodige steltlopers. We kijken er al lang niet meer van op.
Een herder met schaapskudde keert kennelijk terug van een dagje steppegebied. Hij beseft niet hoezeer wij uit een jachtige wereld komen en genieten van de rust, de ruimte, de bloemenpracht en de vele bijzondere vogelsoorten. Voor hem is het de gewoonste zaak van de wereld; voor ons westerlingen neigt het bijna naar jaloezie. De hond, die normaliter de kudde bij elkaar houdt, heeft nu even geen tijd. Hij loopt parmantig langs ons heen met een grote koeienpoot in de bek. Onwillekeurig denken we hierbij nog even terug aan het incident met Pavel en de honden in Roemenië.
Gezamenlijk keren we in de vooravond terug naar de Lodge van Pavel en Tatyana om alvast wat te drinken en te proosten op de geweldige vakantie. Tatyana toont ons mooie stenen, hetgeen een specialiteit van haar is. Pavel heeft intussen een sms´je gekregen van de Engelse natuurfilmer Ron met de tekst: “Greetings to the Dutch musical people”. Het kan niet uitblijven dat er daarna weer volop wordt gezongen. Nog voor de maaltijd is het – zoals elke dag – weer berengezellig. De maaltijd bestaat deze keer uit:

– Soep (kippensoep met stukjes aardappel en groente)

– Salade (komkommer, tomaat, witte kruimelkaas)

– Ovenschotel met rijst, varkensvlees, wortel, ui en knoflook

– Gevulde cakeplakjes met crème

Na de smakelijke maaltijd pakken we onze spulletjes alvast bij elkaar, omdat aan alles nu eenmaal een eind komt. Morgenvroeg keren we weer terug naar Nederland. Jammer, maar wel met heel veel mooie herinneringen. Natuurlijk laten we alles die avond op alle mogelijke fronten nog eens de revue passeren, waarbij er veel wordt gelachen, gezongen en geproost.

Dat doen we in gezelschap van onze gastheer en gastvrouw en met de Bulgaarse natuurfotograaf Ivo Damianov en zijn vriendin. Ivo laat ons een aantal fantastische vogelfoto´s zien op zijn camera. Als ter sprake komt dat we in de voorbije week de Roze Spreeuw gemist hebben, mag samensteller dezes één van zijn foto´s uitzoeken ter completering van ons reisverslag. De keuze valt op een Roze Spreeuw met moerbeibes.

8 mei (Zaterdag)
Durankulak – Varna – Dusseldorf – Twente
Na een vroeg ontbijt om 6 uur in de ochtend nemen we allerhartelijkst afscheid van Tatyana en Pavel. We laten een flinke fooi achter voor alle goede zorgen en beloven zeker terug te zullen komen. Zij hebben namelijk nog veel meer fraaie natuurreizen in petto. Wat dacht u van landen als: Belarus, Oekraïne, (Wit) Rusland, Azerbeidjaan, Roemenië en Zuid Bulgarije (Rodopigebergte). En… we kunnen u verzekeren dat alles tot in de puntjes geregeld wordt. Met de nodige weemoed vertrekken we vervolgens naar Varna. Pavel heeft ons op de kaart een veel kortere route aangewezen en in iets meer dan een uur zijn we al over. Onderweg zien we de intussen “gebruikelijke” soorten, maar toch ook op 3 plekken Zwartkopgorzen. Daar hebben we de afgelopen week vrijwel tevergeefs naar zitten zoeken. Het vliegtuig AB 2457 van Air Berlin, wat maar half bezet is, brengt ons weer terug naar Dusseldorf. Onderweg slaat bij vrijwel iedereen de vermoeidheid toe en van het weidse uitzicht krijgen we nog maar weinig mee.
In Duitsland hebben we nog even oponthoud omdat de taxichauffeur ons zo gauw niet weet te vinden. Het is een andere chauffeur dan die ons gebracht heeft. Met een half uur vertraging brengt hij ons uiteindelijk weer naar de thuisbasis. Resumerend kunnen we zeggen dat het fantastische week is geworden met tal van bijzondere ervaringen en waarnemingen. En dat zulks voor herhaling vatbaar is, behoeft geen verder betoog!!!
Special Thanks to:

Pavel and Tatyana
During our stay in Branta Lodge from 1 till 8 of may 2010 we thoroughly enjoyed:

– Your great hospitality ( both of you)

– Your kindness (both of you)

– Your excellent meals and sandwiches (Tatyana)

– The natural beauty of your country

– The musical qualities and bird knowledge (Pavel)

– All the singing together

It was great. We come back; that’s for sure. Many thanks for everything and our very best wishes for 2011.

Your Dutch friends for ever;
Jos, Marietje, Johan, Henk, Sylvia and WimTot slot / Finally: Voor degene die in de nabije toekomst tegen een alleszins redelijke prijs de prachtige natuur van Bulgarije wil ervaren, raden wij aan om in contact te treden met Branta Tours en haar geweldige gastheer Pavel Simeonov en gastvrouw Tatyana Simeonova.

Lijst met waargenomen vogels Bulgarije
Wim Wijering, Holland

e-mailwimwijering@hotmail.com

For more information, please contact us: info@branta-tours.com